Internet beïnvloedt onze geloofsbeleving. Dat is de stelling die centraal staat in de bundel Zinzoekers op het web, die op 29 maart in Amsterdam werd gepresenteerd. Verschillende auteurs berichten over de rijke online wereld aan religieuze zoektochten onder redactie van internetsocioloog Albert Benschop en redacteur Connie Menting.

Internet werkt aan de ene kant individualisering in de hand en vormt aan de andere kant nieuwe gemeenschappen. De surfende mens sprokkelt zijn eigen vorm van religie bij elkaar en speurt het web af naar gelijkgestemden.

De grote vraag voor de kerk is: wat doe je daarmee. “Kritisch omarmen” vindt cultuurtheoloog Frank Bosman bij de boekpresentatie gisteren. Als goed theoloog wist hij dat antwoorden op onze vragen al eeuwen geleden gegeven zijn. Augustinus wees er al op dat cultuur neutraal is: het gaat erom wat je ermee doet.

Maar wat moet je daar als parochie mee? Je hebt een paar vrijwilligers die een website willen gaan bouwen. Wat moet ik doen om langs deze weg meer mensen in mijn kerk te krijgen? Met die vraag blader je in het boek meteen door daar het artikel ‘Kerken missen kansen op internet’. Maar het antwoord is ontnuchterend. Peter Dekker, hoofd Nieuwe Media bij IKON, ging langs bij de mensen achter enkele bekroonde religieuze websites.

Tom Mikkers van Remonstranten.nl en Eric van den Berg van Katholiek.nl zeggen het elkaar na: er zijn maar weinig geslaagde voorbeelden van websites van parochies en gemeentes. Probleem is dat de makers van de sites er vanuit gaan dat de bezoeker bekend is met de visie en achtergronden van de katholieke of protestantse kerk. Remonstranten.nl legt daarentegen de achtergronden van de Remonstrantse Broederschap op bevattelijke wijze uit. Daar ontbreekt het bij de meeste katholieke websites aan, zo citeert Dekker Eric van den Berg: tegenwoordig weten de meeste mensen niet meer wat er in een kerk gebeurt. Wil je die mensen bereiken, dan zal je wat over jezelf moeten vertellen. “In flink wat gevallen volgen de sites niet de logica van de bezoeker, maar de logica van de eigen zendingsdrang”.

Het onderstreept de stelling van Dekker: de makers van kerkelijke websites verdiepen zich niet in de bezoekers van die sites. “Alles wordt bekend verondersteld en de site toont een desolaat kerkgebouw met de mededeling dat de dienst zondag om 10.30 begint. Waarom zou ik erbij willen zijn?”

De maker van de website moet zich dus verplaatsen in de zinzoeker die op het web surft. En eigenlijk staat dit helemaal los van de website of van internet. Als je aan de wandelaar die je kerk passeert niet duidelijk kunt maken wat er op zondagochtend in dat gebouw van jou gebeurt, lukt het je ook niet met de passant die langs je website surft.

Toegegeven, die vergelijking gaat natuurlijk niet helemaal op. Het web heeft zo zijn eigenaardigheden die gevolgen hebben voor de manier waarop geloofsbeleving hierop ontstaat. De bundel biedt in een kort bestek ervaringen en de nieuwste theoretische inzichten op dit gebied. Ter relativering: het kan helemaal geen kwaad om je website alleen te gebruiken om je parochianen te laten weten wanneer de mis begint. Maar er is meer mogelijk en dat laat deze bundel zien.
Jan Brouwers
Historicus en publicist, zie ook zijn blog op http://www.janbrouwers.eu/

Albert Benschop en Connie Menting (red.), Zinzoekers op het web. Internet en de verandering van geloofsbeleving, Vught: Skandalon 2012, 158 p. ISBN 978–94–90708–42–9.
Je kunt het boek online bestellen bij de uitgever