Waar theologen en voorgangers anno 1 N.C.[1] nadenken hoe een hybride kerk eruit ziet, ligt de toekomst van de kerk besloten in een hele andere kerk. Dames en heren, de blockchainkerk komt eraan!

Eric van den Berg

‘We leven in vertrouwen op God; wat komen gaat is nog niet zichtbaar.’ Met die woorden spreekt Paulus tot de gemeenschap in Korinthe. Wij aanschouwen niet, maar ‘wandelen in geloof’, aldus een andere Bijbelvertaling van dezelfde passage in de tweede Korinthebrief. Aan die woorden moest ik kort denken toen ik werd benaderd te reflecteren op de toekomst van de kerk in tijden van digitale communicatie.

De toekomst van de kerk is zo’n breed begrip, dat ik graag vertrouw op God. Dat doe ik liever dan stokken in de lucht gooien en kijken welke voortekenen ik zie als ze op de grond zijn gevallen. In de toekomst kijken is evenwel een populaire bezigheid hedentendage: de derde coronagolf ligt achter ons, de maatschappij opent zich, de vaccinatiegraad schiet omhoog en als de Deltavariant niet teveel is doorzet deze herfst mogen we weer spreken van een situatie als vóór corona. Daar hebben we het graag over: het oude, vertrouwde.

Vóór corona? Maar we zouden toch alles anders doen als de pandemie voorbij is? We zouden nu toch echt op duurzaamheid en de non-plastic society inzetten, beginnen aan de tijd van minder vliegen en minder vlees eten. Als ik om mij heen kijk, zie ik dat niet zo. Oké, het zijn geen ‘roaring twenties’ waarin iedereen uit zijn bubbel barst, maar de opluchting dat iedereen weer kan doen wat we gewoon waren, is duidelijk te horen. Terug naar het oude.

De lockdown was een woestijntijd, en duurde langer dan veertig dagen. Toch was de periode van maart 2020 tot deze zomer voor velen een verzoeking, velen voelden zich op de proef gesteld en voelen zich daarvan bevrijd. Mensen waren moe, hoorde ik vaak om mij heen (‘en dan breekt de zon ook maar niet door’, appte een goede vriend mij).

De postcoronatijd is nakend, maar het coronavirus is nog niet uitgeraasd. Op de korte termijn liggen hier kansen voor de kerk, zoals er iedere dag nieuwe kansen zich voordoen. De kerk kan een contrapunt zijn, zoals de kerk een contrapunt in de samenleving behoort te zijn. Een oase van rust, een spiegel van verdieping en een ankerpunt van troost en zorg voor elkaar. Kansen zijn er in de actiestand: briefwisselingen, samenwerken met anderen, kleine groepen formeren, wederkerigheid bieden en geven wat we hebben, zo schrijft Diederik van Loo elders in deze uitgave. We moeten met elkaar praten in ieder gremium voorhanden, schrijft Bert Glorie. Aartsbisschop Bernd Wallet ziet gemeentevorming (vanuit de gedachte aan internet als derde communicatierevolutie) als belangrijker dat in een hoekje wat boekjes lezen. Die laatste gedachte – de boekdrukkunst joeg de reformatie aan, internet jaagt een nieuwe reformatie aan – prikkelt mij als mediawetenschapper. Want deze mantra hoor ik vaker. Helaas, ze is te simpel. Iedere (ver)nieuw(d)e vorm van informatiesamenleving, informatierevolutie zo je wilt, is alleen te beschouwen binnen een complexe maatschappelijke context.

Er gaan vaak decennia overheen voordat transformatie zichtbaar wordt, wat zij is en welke impact zij heeft. En die context is met het oog op de toekomst zeer zeker complex. Wij leven in een informatiesamenleving waar digitale geletterdheid wordt verondersteld. We kunnen kaartspelletjes op de smartphone spelen, én digitale belastingtoeslagen kunnen voor tienduizenden Nederlanders voor een psychosociale ramp zorgen. Het is een maatschappij waar online feestjes (project-X) worden afgewisseld met Big Brotherachtige powerplay van de surveillance-maatschappij. Waar we liever bij AliExpress in China bestellen dan bij de speelgoedwinkel om de hoek. We appen liever dan we bellen, en ondertussen kunnen robots thuis het huishouden doen. Technologische vergezichten en maatschappelijke ontwikkelingen gaan hand-in-hand met een klimaat-, migratie en bestuurscrisis.

Van reformatie naar transformatie

Waar sta je dan als kerk(en)? Waar ga je dan als kerk(en)? In 1 N.C. is dat volstrekt onduidelijk. Ik voorzie echter geen reformatie als wel een transformatie. Voordat ik de kim van de toekomst verken, laten we zeggen 50 N.C., kijk ik terug naar de afgelopen pakweg 20 maanden. Geen toekomst zonder historie. Kerken staan, zoals de hele samenleving, volledig in shock bij de eerste lockdown. Dit is de eerste fase van transformatie. Maar dit is wel heel cold turkey. Ik heb zeer veel respect voor de snelle acties die in deze gezondheidsorkaan tot stand komen: plots is er geen probleem meer hoe kerken techniek inzetten. Er worden camera’s en-masse ingekocht en webinars gevolgd om met Google Meet, Teams of Zoom om te gaan. We preken aan de keukentafel in plaats van op de kansel. Niet eerder wordt zo snel tot dan toe voor velen onbekende technologie eigen gemaakt. Onlinekerkdiensten? Alsof ze er altijd waren geweest (en dan vergeet ik het technisch beginnersongemak van uitvallende camera’s of wegvallend geluid; dat gebeurt nu eenmaal in een experiment dat uit de grond wordt gestampt). Nood breekt wet. Weerstand verdwijnt als sneeuw voor de zon. Het oude is voorbij.

Een tweede fase van transformatie is de inhoudelijke aandacht. Nu de operationele, technische basis is ‘gefixt’, kan verder worden gewerkt aan inhoud en vorm. Moet een dienst korter? Hoe kunnen we catechese beter inrichten? Hoe kunnen we diaconale projecten vormgeven met hulp van digitale communicatie? Ik merk in mijn trainingspraktijk dat de vraag naar verdieping in vloggen, beeldregie en digitale werkvormen flink toeneemt. Daarom geef ik trainingen voor en achter de camera, zowel privécoaching als groepstrainingen.

We zitten nu in een derde fase van een transformatie: die van de ‘hybride kerken’. Wat een hybride kerk is, is nog niet zo makkelijk omschreven. Hybride zoveel betekent als ‘nauwe vermenging van ongelijksoortige zaken’. Sommigen verwijzen daarom naar het ‘hybride werken’: een deel thuis (online en op afstand van je collega’s), en een deel op kantoor (offline in nabijheid van je collega’s). Hierbij wordt afstand als het criterium voor hybride aangehouden: een deel van de groep is aanwezig, een ander deel haakt online aan. Knelpunt daarbij is, anders dan bij hybride onderwijs bijvoorbeeld, dat interactie met de groep kerkleden ‘op afstand’ veelal ontbreekt of gebrekkig(er) is. Zo ook in de ‘hybride kerk’. Maar wat is er hybride aan geloofsvorming in één persoon? Als we het hebben over hybride kerken, gaat het dus eigenlijk over de manier waarop we kerk zijn in onze (digitale) geloofscommunicatie. Interactie zou overigens wel kunnen: inbellen, live meezingen via Zoom, gebedsintenties aandragen via een chatfunctie, mentimeterende enquêtes of kwisjes – alle zichtbaar in de ‘fysieke’ kerk: het kan. Bovendien kan in de nabije toekomst daar verder aan worden gewerkt. Voordelen zijn er voor de kijker. Maar van een kerkganger is geen sprake meer: je bepaalt zelf wanneer je kijkt, wanneer je bidt en jezelf verdiept. Dit lijkt haaks te staan op gemeenteopbouw en juist individualisme te stimuleren. Communicatie bestaat echter bij de gratie van communio en is daar sprake van? In beleidstermen is een begeleidend veranderplan voor het transformatieproces wenselijk.

Welkom in de blockchainkerk

Echter, voor mij is dit beeld niet helemaal een hybride kerk. In een ‘ideale’ hybride kerk gaat het om het vinden van de mix van alle middelen van geloofscommunicatie. Of deze nu synchroon of asynchroon zijn, face-to-face of online, digitaal of analoog, experimenteel van liturgische of pastorale vorm of traditioneel. Hoe anders is dat bij een blockchain-kerk anno 50 N.C.? Ik ken daar nog geen voorbeelden van, en ze zijn er ook nog niet. Nu is veelal een parochie of gemeenschap territoriaal georganiseerd. Er is een middelpunt – het kerkgebouw midden in het dorp, of stad. Als je iets wil, ga je naar de kerk, op de fiets of elektrische deelscooter.

Misschien moet ik eerst uitleggen wat blockchain is. Blockchaintechnologie is een ‘keten van datatransacties, gedeeld tussen een netwerk van onafhankelijke diensten’. Een eerste transactie wordt gestart, vervolgens worden transacties toegevoegd, maar deze kunnen niet worden verwijderd of aangepast. Een blockchain is decentraal, maar bij iedere dienst die is aangesloten, volledig als kopie beschikbaar: er is geen middelpunt.

Ook in een blockchainkerk is geen middelpunt in de zin van een kerkgebouw. De blockchainkerk is een mystieke gemeenschap, zoals de rooms-katholieke dogmatische constitutie ‘Lumen Gentium’ (‘Licht van de Volkeren’) dit wellicht avant la lettre bedoelt. Er zijn meerdere knooppunten waar mensen of kleine groepen gelovigen samenkomen, met elkaar als een netwerk verbonden, maar niet afhankelijk van dat ene kerkgebouw. En zoals het een goed blockchain betaamt, heeft eenieder dezelfde informatie en kennis tot zijn beschikking om tot eigen of gezamenlijke inzichten te komen, zodat een ieder groeit of wordt bemoedigd in het geloof. Zonder het te noemen bedoelen medeauteurs Van Loo, Glorie en Wallet dit (en ik ben wel zo onbeschaamd deze woorden in hun mond te leggen, vergeef het mij). Het apostolaat van het internet kan gemeenschappelijk leven in Christus vormen, zegt de oudkatholieke aartsbisschop. In een blockchain kerk is iedereen verschillend, zijn er verschillende geloofsstromingen die gemeenschappelijk aanwezig zijn: het is een oecumenische gemeenschap die hybride, synchroon én asynchroon, met elkaar viert, dient, leert en bidt. Waarbij on- en offline vormen elkaar versterken, ook voor verbindingen buiten de eigen kring. Uitwisseling is laagdrempeliger en iedereen, jong, puber, volwassen of ronduit oud, kan aansluiten, waar ze ook aanwezig zijn. En met dezelfde eerste ‘transactie’: een christocentrische visie staat overeind. Zij, die in Christus geloven, zijn bijeen. De hybride kerk is als Gods digitale bouwland een gemeenschap van geloof, hoop en liefde op aarde vol van vertrouwen.

De blockchainkerk past uitermate goed in het werkveld van de kerkelijke opbouwwerker. Die staat voor de taak te adviseren bij krimp en innovatie: de blockchainkerk krimpt en groeit tegelijkertijd naarmate kleine groepen zich aansluiten. De kerk is innovatief waarbij geloofscommunicatie centraal staat, en naar behoefte hybride kerkdiensten kunnen worden verzorgd. Dat mag synchroon, maar net zo goed asynchroon. In dat transformatieproces is een opbouwwerker essentieel. Rest nog het trainen van de beroepsgroep. Nu ja, daar kan ik weer bij helpen :-).

Dit artikel schreef ik voor WKO-bulletin, editie oktober 2021


[1] 1 N.C. = 1 na corona.