Het RIVM en de rooms-katholieke kerk in Nederland werken samen in het bestrijden van de coronapandemie. Beide organisaties hebben afgesproken zich in te zetten voor strikt monogame seksuele relaties, nu en in de toekomst. Dat blijkt uit onderzoek van de Mediakathedraal.

Het zal niet bij iedereen van harte gaan, maar de seksuele vrijheid waar Nederlanders altijd zo trots op mogen zijn, is voorlopig van de baan. Half maart sloot toenmalig minister Bruno Bruins niet alleen de restaurants en de sauna’s maar ook bordelen en seksclubs. Als officiële reden werd toentertijd gegeven dat het houden van de noodzakelijke anderhalve meter afstand in de seksbranche moeilijk te realiseren valt. De sekswerkers waren, begrijpelijk, not amused, mede omdat zij in vele gevallen buiten de ondersteuningsmaatregelen van de overheid vallen. Velen van hen werken daarom in het geheim door vanuit huis.

Geheime documenten

Uit nu openbaar gemaakte correspondentie tussen hoge ambtenaren van het RIVM en de Nederlandse Bisschoppenconferentie blijkt dat achter het inperken van de Nederlandse prostitutie niet louter pragmatische motieven schuilgingen. De documenten werpen een nieuw licht op het plotselinge aftreden van minister Bruins in maart van dit jaar. Volgens bronnen dicht bij de regering kon de aartsliberale politicus het naar elkaar groeien van RIVM en de rooms-katholieke kerk niet verkroppen. ‘Hij kon er ’s nachts niet meer van slapen,’ aldus een familielid dat anoniem wenst te blijven. We hebben het ministerie niet om een reactie gevraagd, en deze is tot nu toe dan ook niet gegeven.

Reeds bij de prille aanvang van de coronacrisis zo blijkt uit het dossier dat is toegespeeld aan de redactie, gingen binnen het RIVM stemmen op een seksueel repressief regime in te stellen om besmetting door het coronavirus te voorkomen. ‘Nederlanders staan bekend om hun promiscuïteit,’ zo bevestigt prof. dr. Verdinand Rijen van het Rijksinstituut voor Seksuele en Andere Voorlichting. Om het aantal seksuele handelingen tot een minimum te beperken zocht het RIVM – nota bene op instigatie van Gert-Jan Segers van regeringspartij ChristenUnie – contact met de Nederlandse Bisschoppen. Segers: ‘Als het om seksuele onderdrukking gaat, is er geen instituut ter wereld met zo’n lang track record als onze Roomsche broeders en zusters. Een samenwerking lag mijns inziens voor de hand.’

Samenwerking

De samenwerking werd gedurende de maand april en de eerste helft van mei geïntensiveerd. De commissie Huwelijk & Gezin van de Bisschoppenconferentie en het officialaat van het RIVM kwamen wekelijks in het diepste geheim bijeen in het Van der Valk-hotel ’t Eversveld in Amersfoort. Medewerkers moesten geheimhouding beloven aan de AIVD. Eén medewerker was echter zo geschokt door wat hij daar zag en hoorde, dat hij – op voorwaarde van absolute anonimiteit – contact met ons zocht. Zijn getuigenis tart alle beschrijvingen: ‘De bisschoppen, de ambtenaren en de virologen: ze zaten gewoon naast elkaar aan tafel alsof er niets aan de hand is in de wereld. Niemand hield zich aan de anderhalve meter.’ Ook de AIVD is niet om een reactie gevraagd. Helaas kunnen we daarom het verhaal van deze klokkenluider niet verifiëren.

De innige samenwerking kwam aan het licht toen de RIVM enkele dagen geleden de inhoud haar website loketgezondleven.nl/corona aanpaste. Hierin stelt de RIVM strenge regels op voor de seksuele omgang tijdens de coronacrisis. Zo dient elke Nederlander zich zoveel mogelijk van seksuele handelingen te onthouden om besmettingen te voorkomen. Wie echter niet in staat is zich tot een dergelijke celibataire houding te bekeren, krijgt – onder strenge voorwaarden – toegang tot de seksuele omgang met de eigen partner (m/v), aangezien het ‘praktisch onmogelijk is elkaar fysiek te ontwijken’. Mocht één van beide partners echter besmet zijn, dan is weer algemene onthouding het devies.

Vaste partner

Wie echter niet getrouwd is, ‘een vaste partner heeft’ in de politiek-correcte terminologie van het RIVM, dient al helemaal van alle seksuele contacten af te zien. De ambtenaren van het RIVM weten dat de geest van de mens gewillig is, maar dat het vlees zwak – zie hier je de duidelijke invloed van het katholieke denken – en daardoor bestaat de mogelijkheid voor deze categorie sekszuchtigen om een sekspartner te vinden. Echter, iedereen moet zich dan ook exclusief aan deze bedpartner verbinden. ‘Hierdoor ontstaat een soort anonieme, monogame, exclusieve relatie, die als het voorstadium van een echt huwelijk gezien kan worden,’ zo verklaart de woordvoerder van de Nederlandse bisschoppen, die ook niet om een reactie is gevraagd. De RIVM formuleert deze ideologie wederom in politiek correcte termen en schrijft met een knipoog naar het Vlaams: ‘ Hoe meer mensen u ziet, hoe groter de kans op (het verspreiden van) het coronavirus is.’

Wie de site van het RIVM doorleest, ziet echter nog wel wat termen waarvan je je kan afvragen in hoeverre de Nederlandse bisschoppen daar mee hebben kunnen instemmen. Zo gebruiken de experts van het RIVM aanduidingen als ‘knuffelmaatje’ of ‘seksbuddy’. De bisschoppelijke woordvoerder stelt eventueel bezorgde rooms-katholieken echter gerust: ‘Deze termen zijn enkel bedoeld om niet-gelovigen te helpen in de transitie. Uiteindelijk dienen ook zij uit te komen bij de seksuele moraal van de r.k.-kerk: een monogaam, langdurig, voor kinderen openstaand huwelijk is en blijft het ideaal.’ Ook gebezigde termen als ‘erotische verhalen’ en ‘masturberen’ dienen volgens de woordvoerder als zodanig begrepen te worden. ‘Bovendien,’ zo laat ons contactpersoon met een klein lachje weten, ‘heeft u Hooglied wel eens gelezen?’

Postcoronabeleid

Zowel het RIVM als de Nederlandse bisschoppen zeggen dat zij hun gemeenschappelijke inspanningen ook na de coronacrisis willen continueren. ‘De bedoeling is toch dat iedereen uiteindelijk gaat vrijen als een roomse jongen,’ aldus de RIVM-woordvoerder Harald Wychgel, die we ook zeker weten niet om een reactie hebben gevraagd. Al met al biedt dit virus een unieke kans voor de rooms-katholieke kerk haar ledental flink op te schroeven, hoewel deze transitie voor veel Nederlanders misschien veel te vroeg en veel te snel komt. ‘We moeten nu doorpakken,’ zo klinkt het echter.