Zaterdag was het succesvolle congres Kerk2012. 150 mensen uit het hele land kwamen in Utrecht bijeen om elkaar te updaten over hoe je social media in de kerk kunt gebruiken. Ik deed een sponsorbijdrage aan de organisatie, ik hield twee drukbezochte workshops (72 van de 150 deelnemers schoven aan) en ik was als enige niet-theoloog in het afsluitende debat met Aart Mak, Nynke Dijkstra en Frank Bosman.

Ik denk dat iedereen tevreden naar huis ging. Het is by far het grootste congres geweest in Nederland op dit gebied, na kleinere bijeenkomsten zoals Internetspiritualiteit (2009), Kerk en Wereld (2009) en de inspirerende bijeenkomsten rond de Webfish-awards (2008 tot nu). Ik hoop dat het een goede traditie wordt en de volgende jaren zich verder ontwikkelt. Ik ben zelf ook tevreden, want ik zat maandenlang gedwongen met heftige zenuwpijnen aan de kant. De organisatie is ontzettend goed bezig geweest, het programma gevarieerd en van prachtige kwaliteit en de ontmoetingen spontaan, en gewoon leuk.

En toch heb ik ook een onrustig gevoel dat ik met je wil delen. Het gevoel dat we steeds beter bezig zijn en meer doen, maar dat het nog niet goed genoeg is. Dat we iets fundamenteels missen.

Over het algemeen vonden de deelnemers aan mijn workshops (‘Hoe word ik social media expert deel 1 en deel 2’) zeer positief en boeiend. Een enkeling had kritiek: ze wilde zo graag hands-on tools horen.En inderdaad, ik gaf geen knoppencursus. Daarvoor verwees ik naar de geweldige jongens van de ‘Techsquad’ die herkenbaar waren aan hun zwarte sweaters en iedere praktische vraag over Facebook of Twitter konden beantwoorden. Of ik verwees naar introductiefilmpjes als ‘Leer twitteren in 3 minuten’ en ‘Hoe werkt Pinterest?’

De instrumentele wens is vooralsnog groter dan de vraag wat er fundamenteel aan de gang is.

Bijvoorbeeld is er het gesprek over de generatiekloof. Die was er al met de beatmis, en die is nu weer. Probleem is: jongeren praten niet over social media, ze doen het gewoon. Lennart Aangeenbrug beschreef vandaag erg goed dat de afstand tussen ‘kerkmensen’ en jongeren als het gaat om media en kerk aan elkaar te verbinden erg groot is. Zie ‘Kerkmensen zijn saai’ . Er heerst inderdaad veel verlangen van de kerk om jongeren te bereiken. En hoe doen we dat? Door als digital immigrants de digital natives te leren wat geloof is. Of, zoals Lennart het uitdagend schrijft: ‘Alsof de snackbarhouder les moet gaan geven aan Gordon Ramsay.’ Spijker. Kop.

Dan is er een fundamenteel ander begrip van wat het geloof van de kerkmensen van Lennart is en wat niet-kerkelijke gelovigen er onder verstaan. OK, in essentie verandert geloof niet. Maar de verschijningsvormen, beleving en intensiteit ervan ondergaan een paradigmawisseling, waarbij traditionele institutionele religies erop moeten letten dat ze niet worden leeggezogen door emerging online religies. We zijn te druk met ‘religie online’ bezig en vergeten ‘online religie’.

In mijn workshops liet ik een paar voorbeelden van ‘online religie’ zien. The Church of the Jedi, The Church of Google, The Church of The Flying Spaghetti Monster. En niet te vergeten de Virtual Church of the Blind Chihuaha. De voorbeelden zijn zo extreem dat ze ook veilig zijn. Ze zijn niet bedreigend. Je kunt ze af doen als flauwekul of een slechte parodie. Je komt er niet door in beweging.

Toch zijn ze een eerste voorbeeld van wat kan komen. Heidi Campbell beschrijft in 2010 hoe Apple als nieuwe religie kan gelden en niet als zomaar een merk dat ontiegelijk goed verkoopt. In ‘ How the iPhone Became Divine: New Media, Religion and the Intertextual Circulation of Meaning’ beschrijft Campbell het volgende.

‘Maar een paar uur na de webcast van Steve Jobs noemde bloggers de iPhone de nieuwe ‘Jesus Phone’ genoemd. PVP Comics online publiceerde zelfs een strip waarin ‘Jade’ haar vriendje ‘Brent’ probeerde te kalmeren nadat hij catatonisch werd nadat hij de aankondiging van de iPhone had gezien. De strip eindigde met Brent die zijn shock-toestand verklaarde met de woorden. ‘Jezus is wedergekeert en nu is hij een telefoon.’ De ‘Jesus Phone’ werd karakteristiek voor Apple fans, tech bloggers en de internationale pers. Sommige bloggers noemde de iPhone ‘de heilige graal van alle gadgets.’ Andere bloggers bedachten beelden van een heilig apparaat. Een Spaanse blogger gebruikte het traditionele orthodoxe ikoon van Maria met het kindje Jezus, maar verving Jezus door een iPhone die door Maria werd aanbeden. Een Aziatische blogger gebruikte het traditionele beeld van het ‘Heilige Hart van Jezus’ die een iPhone in zijn linkerhand hield naast zijn hart.

Dit kan als blasfemisch worden gezien door katholieke digitale immigranten, die hun godsbeelden verpulvert zien worden door een nieuwe generatie. Als je over die shock heen bent, kun je de ‘Jesus Phone’ aan de oppervlakte zelfs nog afdoen als een expressie van popcultuur. Als je wat dieper graaft, ontbloot het geheel nieuwe relatie tussen technologie en geloof met een eigen liturgische set en spiritiuele betekenis.

De ontmoeting tussen jongeren en ouderen of tussen techniek en geloof is vele malen complexer dan het lijkt, zo betoogt Campbell. Vooral complex is het voortgaande gesprek tussen de verschillende gemeenschappen – bijvoorbeeld orthodoxe christenen, bloggers, techsavvy jongeren – over de mate waarin technologie wordt toegestaan. Een Facebookpagina is geen heilige graal voor mensen die de iPhone aanbidden.

In de vele gesprekken en lezingen die ik geef, houd ik ecclesiologische vragen voor. Wat betekent een kerk (nog)? Daaronder ligt nog een essentielere vraag: wat is religie (nog)? Een voorbeeld dat ik zaterdag gaf is dat van The Pilgramers. Ze noemen zichzelf een religieuze beweging gebaseerd op social media. Pilgramers reizen de wereld rond en maken overal foto’s, ze connecten met vrienden en houden ‘instameets’, een soort tweetup onder Instagrammers: ontmoetingen om over foto’s te praten of om verliefd te raken.

Het zijn moderne pelgrims met bedevaarten over de hele wereld, gestart door Jody Johnston en Ryan Carl, studenten aan de Virginia Liberty Universiteit. Ze maakte een YouTube-filmpje dat viraal werd . Het filmpje gaat over samenkomsten om over foto’s te praten. Toen dachten ze: waarom reizen we niet rond en maken wat videootjes. (Zo kwamen ze bij toeval op de plaats waar de ‘Pilgrim Fathers’ verbleven). Ze kwamen steeds meer Instagrammers tegen en er ontstond een hechte community: the Pilgramers die bedevaarten organiseren om elkaar te ontmoeten. En uiteraard zitten ze op YouTube, Facebook, Twitter, Instagram en Pinterest.

Duizelt het? Nu, zo ontstaan gemeenschappen tegenwoordig. En zo wordt sociaal kapitaal en religieus kapitaal opgebouwd. In een nieuwe vorm die ver van christenen af staan, maar niet minder een realiteit is. De traditionele kerk is een stem tussen de stemmen geworden.

Een ander beeld tot slot.

In het Oude Testament was er de eerste Apple, de verboden vrucht van de boom der kennis, die Adam en Eva verleidde, en de gehele mensheid in de grote stroom van de geschiedenis. De tweede Apple was Isaac Newton, het symbool van onze intrede in het tijdperk van de moderne wetenschap. Het merksymbool van de Apple computer werd niet willekeurig gekozen: het vertegenwoordigt de derde Apple, degene die de paden van kennis die leidt naar de toekomst verbreedt. Denk daar nog eens goed over na.

Waarschuwen dat de Flying Spaghetti Monster, de Jesus Phone of de Pelgramers het christelijke geloof beledigt, helpt niet. De niet-kerkelijke generatie heeft er letterlijk geen boodschap aan. En dan maakt het niet uit of ze jong zijn of oud, want zingeving is niet leeftijdsgebonden. Het is noodzakelijk om een diepgaand reflectieproces te ondergaan hoe de relatie geloof en technologie in elkaar steekt en welke bruggen er kunnen worden geslagen naar de verschillende belevingswerelden.

Eric van den Berg