Op 5 maart gingen in het Vaticaan de archieven van paus Pius XII (1939–1958) open om vijf dagen later weer gesloten te worden vanwege de bestrijding van het corona-virus. De verwachtingen waren hooggespannen want het ging om de periode van de Tweede Wereldoorlog: de rol van de paus tegenover de Holocaust is tot op de dag van vandaag controversieel.

Nina Valbousquet was een van de historici die op die vijfde maart voor het eerst de archieven mocht raadplegen. En daar zat ze met een archiefdoos met daarop geschreven ‘Oorlog’ uit het archief van de nuntiatuur – de ambassade van het Vaticaan – in Frankrijk. In de doos bevond zich een dossier van vijfhonderd bladen getiteld ‘Joden 1940–1944’.

Toen ze om vijf uur het archief verliet, wachtten journalisten haar en andere onderzoekers op. ‘Kunt u in een of twee minuten het debat over Pius XII en de Shoah samenvatten’. Het lukte haar in 1 minuut en 27 seconden.

Op zichzelf vindt ze de vraag naar de rol van de paus gerechtvaardigd. Maar de rooms-katholieke Kerk is veel meer dan alleen maar de paus. Nu concentreert het debat zich helemaal op de paus en bestaat het idee dat er in de archieven een document te vinden is dat aan alle twijfel een einde maakt en kan dienen voor zijn heiligverklaring dan wel veroordeling.

Maar zo werkt dat niet. Archiefonderzoek kost veel tijd en leidt niet tot een spectaculaire vondst, maar onthult langzamerhand de diversiteit aan actoren en de verschillende lagen waaruit het historische verhaal is opgebouwd. Valbousquet merkte dat al op die eerste dag van haar onderzoek. Het dikke dossier van de nuntiatuur onthulde dat de Franse Kerk niet bepaald een eensluidende reactie had toen de deportatie van de Franse joden in de zomer van 1942 begon.

Bekend is dat aartsbisschop Jules Saliège van Toulouse op 23 augustus 1942 in de kerken van zijn bisdom een brief liet voorlezen waarin hij protesteerde tegen de manier waarop de joden werden behandeld. Maar de archieven van het Vaticaan laten zien tegen welke achtergrond dit protest moet worden gelezen: een kerk die verdeeld is over de manier waarop moet worden gereageerd op de Duitse maatregelen tegen de joden.

Enerzijds blijkt uit de stukken die Valbousquet die eerste dag doornam dat veel Franse katholieken vonden dat de Kerk niet meer mocht zwijgen en het voorbeeld van de aartsbisschop van Toulouse moest volgen. Maar het dossier bevat ook een anonieme brief van een priester uit het bisdom Marseille die het niet eens is met het protest dat zijn bisschop in navolging van de aartsbisschop van Toulouse aantekende tegen de vervolging van de joden.

Ook trof ze verschillende versies aan van een brief uit september 1939 waarin de paus reageert op een aanbod van Amerikaanse joden om de hulp door het Vaticaan aan joodse vluchtelingen te financieren. Uiteindelijk wees de paus het aanbod af en stelde voor dat het geld direct aan vluchtelingenorganisaties zal worden geschonken. Niet zozeer deze uitkomst is interessant, als wel de manier waarop die tot stand kwam: ‘een niet-lineaire, hobbelige reis, bestaande uit variaties op hetzelfde thema, als resultaat van de soms tegenstrijdige standpunten binnen het bureaucratische apparaat van het Vaticaan.’

Nina Valbousquet, ‘L’ouverture interrompue des archives de Pie XII : une enquête en suspens’, in: Entre Temps. Geraadpleegd op 23 mei 2020.