Dit jaar heb ik ‘slechts twee theologische boeken gelezen. Het eerste boek was het eerste deel van het aankomende opus magnum van Erik Borgman, ‘Alle dingen nieuw’. Het tweede boek lag daardoor een tijdje in een Windows-mapje verstopt: Alain Verheij’s ‘Ode aan de verliezer’. Die bespreek ik nu.

Over de eerste kan ik kort zijn. Borgman schrijft alsof je over een smal Himalayapad door Nepal sjeest met een tuk-tuk, met fantastische theologische vergezichten en gevaarlijk diepe grammaticale ravijnen en onverwachte woordwatervallen. Soms letterlijk onnavolgbaar.

Maar daarover niet nu. Ik wil het nu hebben over de ‘Ode aan de verliezer’. Het boek stond niet op de shortlist van ‘beste theologische boeken van 2020’, maar ik was er wel nieuwsgierig naar. Ik ken Alain als zachtmoedige ondernemende theoloog die binnen én buiten de bewoonde wereld als godzoeker rondloopt en vernieuwende inzichten kan brengen.

In ‘Ode aan de verliezer’ meandert Verheij net als Borgman door de rijke christelijke traditie. Verheij zoekt het niet in de Himalaya van de theologie, maar vooral in de oudtestamentische wereld (of moet dat weer met een hoofdletter worden geschreven?). ‘De verhalen in dit boek staan duizenden jaren en kilometers van ons af’, zegt Verheij in de inleiding. De auteur zoekt de verhalen op in de overtuiging ‘dat ze lessen bevatten die juist voor onze tijd en cultuur waardevol en urgent zijn.’ In acht hoofdstukken neemt hij ze door.

Verheij kiest vooral het perspectief van Kaïn en Abel, en zoekt, als man, de naar ‘mannelijkheid’ en ‘de sterke man’, waarbij hij terecht aantekent dat bij de geboorte van Jezus geen man er aan te pas kwam. De ‘sterke man’ Kaïn plaatst de schrijver in het kamp van Poetin, Erdogan en Trump.

Abel is dat alles niet. Hij is maar een ‘zuchtje wind’ die in alles de mindere is van zijn broer. Met uitzondering van de godsdienst. Daar is Abel de meerdere. Het is de plek waar je levenslessen opdoet en die kunt integreren in je eigen leven. Van houvast tot hoop, van wanhoop tot winnaarsmentaliteit.

Verheij actualiseert en is de soms impressionistische exegeet die spiegelt en de lezer confronteert met zijn eigen positie: kies je een Kaïn- of een Abel-zijde in deze tijdgeest van crises, van klimaat tot migranten, van populisme tot kredieten. Wordt het testosteron of progesteron? Moria-deal, KZOP, Ocean Cleanup, Matteus 25 of identiteitspolitiek? Hoeveel ‘Kaïn’ en hoeveel ‘Abel’ zit er in je eigen hart?

Verheij zit meer aan de kant van de verliezer, Abel, en verwijst aan het einde van zijn ode naar het bijbelboek Openbaring. ‘En God zal alle tranen uit hun ogen wissen. Alle Abels uit de wereldgeschiedenis zijn daar verzameld. Ze krijgen eeuwige troost, en een plek vooraan.’

De bijbel is één groot loflied op het slachtoffer, de kwetsbaren. De wereld is voor de Abels.

Ode aan de Verliezer verscheen bij uitgeverij Atlas Contact.

(foto: gravure Rijksmuseum Amsterdam. Kaïn doodt Abel, Jan Harmensz. Muller, naar Cornelis Cornelisz. van Haarlem, 1587 – 1591)