In de Netflix-serie Jaguar jaagt een groepje concentratiekampoverlevenden op naar Spanje gevluchte Nazi-kopstukken. De serie geeft een interessant inkijkje in een relatief onbekend stuk van de  Europese geschiedenis, maar stelt ook – zij het bescheiden – theologische vragen. Waar was God in Auschwitz?

De serie draait om de belevenissen van de Spaanse Isabel Garrido (Blanca Suárez), een overlevende van het Duitse concentratiekamp Mauthausen. Als kind zag zij haar vader voor haar ogen doodgeschoten worden door de SS-er Otto Bachmann (Stefan Weinert) en nu wijdt ze haar hele bestaan aan wraak. Op het moment dat Isabel Otto op straat wil neerschieten, wordt ze ontvoerd door een groep ‘professionele’ Nazi-jagers, die haar overtuigen met hen mee te doen om zo nog meer kampbeulen publiekelijk te laten berechten.

Nazi-Spanje

Spanje neemt een bijzondere rol in in de West-Europese geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Toen de Spaanse Burgeroorlog in 1939 eindigde in een overwinning voor dictator Franco, vluchtten zo’n half miljoen republikeinen naar Frankrijk, waar ze in kampen werden opgevangen. Als in 1940 Nazi-Duitsland Frankrijk binnenvalt en verovert, worden zo’n 30.000 Spaanse republikeinen opgepakt, waarvan de helft in een concentratiekamp terecht komt. 7000 Kwamen in Mauthausen uit, de helft overleefde het einde van de oorlog niet. Na de oorlog speelt Spanje, nog steeds aangevoerd door Hitler-sympathisant Franco, nog steeds een belangrijke rol, nu als één van de Rattenlinien, een systeem van ontsnappingsroutes voor Nazi-kopstukken na 1945. In Jaguar staat Bachmann aan het hoofd van deze Spaanse route, die 40.000 Nazicriminelen een rustig leventje in Spanje bezorgde.

Een grap over een concentratiekamp

In aflevering 2 (‘El Hotel’) zit Isabel voor ’t eerst aan tafel met de andere Nazi-jagers, die zichzelf en elkaar overeind houden met bravoure, kameraadschap en inktzwarte humor. Op een gegeven moment blijkt dat bijna alle leden van de groep wel in het een of andere concentratiekamp heeft gezeten: Dachau, Auschwitz, Buchenwald, Mauthausen. Een van de samenzweerder, Marsé (Francesc Garrido), begint dan een mop te vertellen:

Twee mannen zijn in de hemel en discussiëren over concentratiekampen. Een zat in Auschwitz, de ander in Treblinka. Elke van beide zegt dat zijn kamp erger was de die van de ander. Dan komt God om iedereen een beetje te bedaren te brengen en zegt: ‘Heren, alstublieft. Er is geen reden om te bekvechten nu. Jullie zijn al dood. Jullie moeten gewoon in vrede rusten.” Een van beide mannen draait zich om, kijkt naar God en zegt: “Jij mag geen mening hebben. Jij was in geen van beide kampen.”

Iedereen zwijgt even en begint dan hartelijk te lachen. De jongste van het stel snapt de grap echter niet en vraagt om uitleg, waarop Marsé eenvoudig zegt: ‘God was nooit daar.’ Het gesprek neemt daarna een andere wending.

Theodicee

Niettemin dreunt de ‘mop’ van Marsé, die natuurlijk veel meer is dan dat, nog lang na. Voor gelovigen – Joden zowel als christenen – is de aan- of afwezigheid van God in de horror van de Duitse concentratie- en vernietigingskampen. De Shoah vormde het hoogtepunt van een eeuwenlange theologische discussie, die bekend staat als de theodicee (verdediging van God). Als God almachtig én algoed is – en dat zeggen eigenlijk alle monotheïsten – hoe kan het kwade in de wereld dan bestaan? Si deus, unde malum? ‘Als God, waarom kwaad?’ Grofweg zijn er binnen het christendom twee opties geformuleerd. 1) Het is Gods schuld niet, maar die van de menselijke vrije wil (Augustinus van Hippo). 2) Het is wel Gods schuld, maar God heeft er een, vaak voor ons nog verborgen, goede bedoeling mee (Irenaeus van Lyon).

Toegepast op de concentratiekampen slaan beide verdedigingen van God dood. Aan de Shoah is geen verborgen, groter goed verbonden dat de miljoenen slachtoffers kan ‘compenseren’. En hoewel niemand zal ontkennen dat de vernietigingskampen ontsproten zijn aan de vrije wil van zeer immorele mensen, is het toch moeilijk vol te houden dat er God zou bestaan die niets doet als miljoenen mensen worden vermalen. Daarom mag God zich niet bemoeien met de discussie over de concentratiekampen, in het verhaal van Marsé: Hij was er niet. En alleen wie er was, mag erover meepraten.

Een pijnlijke grap voor iedereen die in een algoede en almachtige God gelooft. Een eeuwigdurend hoofdpijndossier voor elke theoloog. En een gapend gat in de ziel voor iedereen die erover mee mag praten.